Trauma’s verwerken met een snuifje knuffelhormoon

Het ‘knuffelhormoon’ oxytocine laat mensen met posttraumatische stress (PTSS) zich minder angstig voelen, zo blijkt uit het promotieonderzoek van neurowetenschapper Saskia Koch. Ze hoopt dat oxytocine het effect van bestaande therapieën een boost kan geven.

door

3425088306 24109045d0 b

Politieagenten lopen verhoogd risico op PTSS.

Tijdens en vlak na een traumatische gebeurtenis – zoals een auto-ongeluk of seksueel geweld – voelen mensen zich angstig en gestrest. Het is een normale reactie op dreiging. Die gevoelens nemen geleidelijk weer af, maar niet bij iedereen. Bij tien procent mondt het meemaken van een traumatische gebeurtenis uit in een posttraumatische stress-stoornis (PTSS): zij blijven angstig en alert, ook al is de gevaarlijke situatie al lang voorbij.

Neurowetenschapper Saskia Koch onderzocht of het neuropeptide oxytocine hen kan helpen. Er zijn psychologische therapieën en medicijnen tegen PTSS, maar bij een derde van de patiënten helpen die niet genoeg. De promovenda diende neusspray met oxytocine toe aan politie-agenten met PTSS. Ze zag dat het middel angst vermindert en ingrijpt op hersengebieden die verstoord zijn bij posttraumatische stress-stoornis. Koch promoveerde daarop deze week aan de Universiteit van Amsterdam.

Oxytocine

Oxytocine is een neuropeptide dat gemaakt wordt in de hypothalamus en vrijkomt bij aankijken, aanraken, knuffelen en vrijen. Het koppelt sociaal contact aan gevoelens van plezier. Tijdens de bevalling en borstvoeding bevordert oxytocine een hechte band tussen moeder en kind (vandaar de bijnaam ‘knuffelhormoon’). Iedereen maakt het aan bij plezierig contact met anderen.

Schietincidenten

Wat gebeurt er in het brein van iemand met posttraumatische stress? Kort gezegd is er teveel activiteit in, en communicatie tussen, hersengebieden die betrokken zijn bij waakzaamheid en alertheid. Hersengebieden die betrokken zijn bij emotieregulatie en gedachten tijdens rust staan dan juist op een lager pitje. Uit eerder onderzoek bij gezonde mannen wist de Amsterdamse onderzoeksgroep al dat oxytocine de activiteit van de amygdala, een hersenstructuur die helpt bij het detecteren van gevaarlijke situaties, dempt. Met andere woorden: oxytocine remt angst.

“Het doel van mijn onderzoek was om de effecten van oxytocine op het angstcircuit in de hersenen van politieagenten met PTSS te beschrijven”, legt Koch uit. Politieagenten hebben een verhoogd risico op PTSS, omdat ze te maken krijgen met traumatische gebeurtenissen als schietincidenten, overlijdensgevallen, auto-ongelukken en ernstig verwonde slachtoffers.

76227 web

Dit is de hersenscan van iemand met PTSS na de aanslag op de marathon van Boston. In de linkerhelft van het brein is de amygdala geactiveerd (in rood). Katie McLaughlin, University of Washington via CC0

Emotionele gezichten

De deelnemers, vrouwelijke en mannelijke agenten met PTSS en een controlegroep van agenten die trauma’s meemaakten zonder PTSS te krijgen, gingen twee keer de fMRI-scanner in terwijl ze verschillende taken uitvoerden. Tijdens de ene sessie krijgen ze oxytocine van tevoren en tijdens de andere sessie een nepmiddel (placebo). Zowel de agenten als de onderzoekers wisten niet wie oxytocine kreeg tijdens de eerste scan en wie tijdens de tweede.

Koch liet de deelnemers naar emotionele gezichten kijken om activiteit in de amygdala uit te lokken. “Mensen zijn goed in het detecteren van dreiging aan de hand van gezichtsuitdrukkingen”, legt ze uit. Tegen de verwachting in was de amygdala niet actiever in PTSS-patiënten na het zien van boze en bange gezichten. De activiteit nam in de patiëntengroep wel af na een snuifje oxytocine. Vreemd genoeg was de amygdala na oxytocine juist actiever in de controlegroep (wel trauma, geen PTSS). “Die deelnemers uit de controlegroep hebben van alles meegemaakt, maar hebben geen klachten”, zegt Koch. “Vermoedelijk vormen zij een veerkrachtige groep met een optimale angstregulatie en werkt ocytocine bij hen averechts.”

Mannen versus vrouwen

In een andere taak moesten de deelnemers een rij van zes letters in gedachten houden terwijl ze negatieve plaatjes zagen. Daarna kwam er één letter in beeld waarvan de agenten moesten aangeven of die tot de reeks behoorde. Met een placebo zorgde de afleiding van die geheugentaak bij iedereen voor verminderde activiteit in de amygdala. Behalve bij de mannen met PTSS. Zij hadden in vergelijking met de vrouwen met PTSS moeite hun amygdala te dempen, de geheugentaak leidde hen maar moeilijk af van de negatieve plaatjes. Na oxytocine werden de mannen er beter in: ze reageerden ook positiever op de plaatjes. Oxytocine gaf in vrouwelijke PTSS’ers juist weer meer activiteit in de amygdala.

88984

PTSS-behandelingen stellen patiënten opnieuw bloot aan hun trauma. Staff Sgt. Shawn Weismiller/USAF via CC0

Scherpe randjes

PTSS-behandelingen hebben gemeenschappelijk dat ze patiënten opnieuw blootstellen aan hun trauma, door in een veilige omgeving aan de hand van foto’s en herinneringen de gebeurtenis weer op te rakelen. Daardoor leert het brein: er is niks meer om bang voor te zijn.

Psychotherapie lijkt minder goed te werken bij wie al angstig aan de behandeling begint. En oxytocine heeft angstremmende eigenschappen bij PTSS-patiënten, vond Koch. “We denken dat therapie beter zal aanslaan door vooraf de angst te verminderen. Oxytocine kan de scherpe randjes ervan afhalen.”

Een andere conclusie is dat de effecten van oxytocine per persoon verschillen. Koch: “Bij mannen zijn de resultaten eenduidiger. Het is bekend dat vrouwelijke hormonen oxytocine-afgifte doen stijgen. Het aantal receptoren voor oxytocine en de gevoeligheid ervan zijn ook niet voor iedereen gelijk.” Verder denkt Koch dat de neusspray alleen werkt in een bepaalde dosis: te weinig werkt niet, te veel werkt averechts. Wat veel of weinig is, kan per persoon verschillen. Welke patiënten in welke situatie baat hebben bij de neusspray moeten toekomstige klinische studies uitwijzen.

Saskia Koch promoveerde 8 september 2016 aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift ‘Boosting oxytocin after trauma. Effects of oxytocin on fear neurocircuitry in patients with post-traumatic stress disorder.’

Bron: http://www.kennislink.nl/publicaties/trauma-s-verwerken-met-een-snuifje-knuffelhormoon

Tevens informatie bij het Algemeen Dagblad

Why You Need To Actually Talk To Your Coworkers Face To Face

In a slump? Step away from your inbox and grab coffee with a colleague.

While more of our business and personal communications are moving online, psychologist  Susan Pinker, author of The Village Effect, argues our growing lack of social contact is hindering our ability to build strong business relationships, and may also have a negative impact on our health and happiness.

“In a short evolutionary time we have changed from group-living primates skilled at reading each other’s every gesture and intention, to a solitary species; each one of us preoccupied with our own screen,” she writes.

Real Conversations Release Feel-Good Hormones

Pinker argues the movement toward communicating through technology stands in the way of our most basic biological necessities. Face-to-face interaction causes the release of oxytocin, also called the cuddle chemical, as it’s the same hormone released in women breastfeeding to bond with their babies.
While experts formerly viewed oxytocin as a female hormone, it’s now raising interest in the business community for its ability to facilitate trust. When people connect physically—through a handshake, a pat on the back or a high five—oxytocin is released, promoting feelings of attachment and trust, facilitating greater collaboration among team members.
When people connect—through a handshake or a pat on the back—oxytocin is released, promoting feelings of trust and facilitating greater collaboration.
Oxytocin plays a number of other important roles, such as boosting mood and improving our ability to learn and remember. Increased social contact has also been shown to dampen cortisol—the chemical that is released when we’re under stress.

These chemical reactions do not occur through email or even a Skype chat, but through real-life human-to-human contact. “The real-life connections that we all crave—that we’ve evolved to benefit from through many millennia of evolution—can’t be replaced by texting or email,” says Pinker. Yet, rather than getting up to walk to a colleague’s desk, most of us will simply shoot off an email.
Wired For Human Connection
Pinker says she isn’t anti-technology. She admits to being attached to her devices just as much as anyone else, but she does argue our obsession with using digital technology to connect with others causes us to miss out on the many benefits of face-to-face interaction. “Digital technologies are great for sharing information, but they’re not really good for human connection,” she says.
In her book, she cites various studies that show increased social contact can not only give our mood a boost, but our productivity as well. One such study of 25,000 call center agents demonstrates this clearly. In the experiment, employees were divided into two groups—one who took staggered breaks alone, and another who took breaks with their coworkers. Those who had an opportunity for 15 minutes to chat and socialize with coworkers showed a 20% increase in performance.
Increased social contact at work not only gives our mood a boost; but our productivity.
Physical connectivity also delivers important health benefits. Numerous studies have shown individuals who live active social lives recover from illness faster than those who are more isolated. A 2006 University of California, San Francisco study of 3,000 women with breast cancer found those with a large network of friends were four times as likely to survive the disease as women with fewer social connections. These connections involved face-to-face contact; not Facebook friends or Twitter followers.
Incorporating more face time in the workplace requires a rethink of communications. “We’ve been presented with a dilemma right now,” says Pinker. “In business, digital connection with social media is considered to be the Holy Grail. It’s cheaper; it’s more convenient. But when it comes to worker productivity, happiness, and satisfaction, those companies that are focusing on face-to-face interaction are taking the lead in their industries.”

Real-World Google Hangouts

Google is one such company taking advantage of the productivity benefits resulting from face-to-face contact. “They’ve created an environment that is focused on social interaction,” says Pinker.
Comfortable sofas organized into gathering places that entice people to meet rather than individual offices, cafeterias, game rooms, and open spaces that encourage people to socialize have improved collaboration among Google employees. “There’s a synergy that happens when people are together in the same place and have the freedom to bounce ideas off each other,” says Pinker.

How can you build more face-to-face time into your workday? Pinker offers these solutions:

1 Take frequent breaks to socialize.
2 Encourage your company to create workspaces and social spaces that allow people to gather and share ideas.
3 For remote workers, join a hub, or communal workspace where interacting with others and sharing ideas is encouraged.
4 Create your own opportunities for social interaction—such as a book club or a working group—to discuss the latest trends in your industry.
5 Invite a colleague out for coffee.

Bron: https://www.fastcompany.com/3036935/the-future-of-work/why-you-need-to-actually-talk-to-your-coworkers-face-to-face

Smart Brains: hoe empathisch is je manager?

Door Vera Bot / 05 juni 2016 / Persoonlijke ontwikkeling / Nieuws

In deel 3 van Smart Brains (ons wekelijks nieuwtje over je hersenen) aandacht voor empathisch vermogen, en het ontbreken daarvan bij managers. Het heeft alles te maken met het stofje oxytocine.

Oxytocine

Ken je het stofje oxytocine? Dat is een stofje dat vrijkomt in de hersenen en gevoelens van vertrouwen en empathie creëert. Het wordt ook wel het ‘knuffelhormoon’ genoemd, relaxhormoon en vertrouwenshormoon.

Vertrouwen

Is er bij jou in de organisatie een vertrouwenscultuur, dan bof je! In een vertrouwenscultuur hebben medewerkers rond de 30% meer energie en ervaren ze 70% minder stress dan in een werkomgeving waar bijvoorbeeld angst regeert. En empathie is cruciaal in sociale groepen (deze fraaie TED-talk van Jeremy Rifkin maakt dit duidelijk). We zijn biologisch voorgeprogrammeerd voor empathie: als je kijkt naar wat een ander ervaart (denk maar aan een horrorfilm, of een schorpioen die over iemands arm loopt) lichten in jouw hersenen dezelfde neuronen op als bij het echte slachtoffer. Gevoelens zijn tot op zekere hoogte ‘besmettelijk’.

Empathie

Leiders die positieve emoties ventileren, maken oxytocine vrij in de hersenen van medewerkers. Dat ontdekte Amerikaanse neurowetenschapper dr. Paul Zak. Hij noemde oxytocine ook wel het ‘morele hormoon’. Hetzelfde hormoon dat ons loyaler maakt.

Persoonlijkheidsstoornissen

Maar… de werkelijkheid staat soms ver van dit oxytocine-ideaal af. Lees het artikel ‘het coachen van schadelijke leiders’ van executivecoach, psychoanalist/psychotherapeut en managementwetenschapper Manfred F.R. Kets de Vries maar eens. Hij heeft in zijn beroepspraktijk ervaren dat ‘een verrassend aantal senior executives lijdt aan een of andere persoonlijkheidsstoornis’. Op nummer 1 staat de pathologisch-narcistische executive. Gevolgd door de manisch-depressieve executive, de passief-agressieve executive en de executive met een emotionele disconnectie (alexithymie). Niet bepaald empathische persoonlijkheidstypen. Kets de Vries bespreekt de symptomen, en hoe je met zulke leiders omgaat. Soms blijken ze beyond repair…

8 basisbehoeften

Leiders kunnen met hun gedrag oxytocine vrijmaken in het brein van hun medewerkers. Dat kunnen ze doen door te voorzien in 8 basisbehoeften: erkenning, concrete en uitdagende doelen, empowerment, autonomie, openheid, support, ontwikkeling en integriteit.

Tool

Sinds kort is er de tool Neuroview, gebaseerd op het onderzoek van Zak en gelanceerd door InContext. Michiel Castelijns van InContext: ‘Leiders kunnen direct invloed uitoefenen op de mate van vertrouwen bij hun medewerkers, en daarmee indirect op factoren als betrokkenheid, productiviteit en verloop. Als ze een of meer van de fundamentele behoeften negeren, blijven medewerkers ontevreden. En dat heeft een sterke invloed op de gezondheid van medewerkers en de prestaties.’
Voor wie niet meteen NeuroView in huis wil halen: met het ontwikkelen van empathisch vermogen kom je een heel eind. Test om te beginnen eens hoe empathisch je zelf bent! Ga jij waarschijnlijk geen oxytocine vrijmaken? Dan vind je er ook tips om je empathisch vermogen een boost te geven.

Auteur: Yvonne Halink | Bewerkt door: Vera Bot

Bron: http://managementsupport.nl/smart-brains-3-hoe-empathisch-is-je-manager/